Het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen mag niet voor om het even welke tekortkoming de toelating voor een detailhandel in voedingsmiddelen intrekken

De Raad van State sprak zich op 19 juli 2019 in een arrest (nr. 245.214) uit over de wettigheid van een beslissing van het Voedselagentschap. Dat had de toelating voor een winkel waar halal-producten aan particulieren worden verkocht, definitief ingetrokken. De handelszaak had tegen deze beslissing een procedure ingesteld bij uiterst dringende noodzakelijkheid.

De aanleiding was een onverwachte controle van het FAVV bij het bedrijf. De controle inzake infrastructuur, inrichting en hygiëne werd als ‘gunstig met opmerkingen’ beoordeeld. De daaropvolgende controle inzake etikettering resulteerde in dezelfde beoordeling.

Er werd vervolgens een extra quick-scan uitgevoerd waarbij elk etiket van een reeks producten werd gecontroleerd op taal, vermelding van allergenen, houdbaarheidsdatum en lotnummer. Deze controle was ongunstig voor zeven van de zeventien producten. Hierop werd de beslissing tot definitieve intrekking van de toelating genomen en werd de sluiting van de winkel bevolen.

De Raad van State stelt in zijn arrest dat niet eender welke onvolkomenheid – ongeacht de ernst of de mogelijke gevolgen ervan – blindweg en vanzelf aanleiding moet geven tot een intrekking van de toelating en de sluiting van de zaak.

Uit het arrest kan worden afgeleid dat de (zware) gevolgen van zo’n drastische beslissing in verhouding moeten staan met de weerhouden tekortkomingen.

Een onvolledige of gebrekkige vertaling (waarbij de tekortkoming niet slaat op de inhoud van de vermelding) – en rekening houdend met het feit dat de rest van de controle wél gunstig was – is onvoldoende om een beslissing tot intrekking van de toelating en sluiting van de winkel te verantwoorden.

→ Wenst u meer te vernemen over de omstandigheden waarin het FAVV een erkenning/toelating kan intrekken? Vraag Surmont Advocaten om advies.