De verouderde wetgeving voor gemeentewegen werd vervangen door een nieuwe regeling

Om gemeenten de bevoegdheid te geven een veilig en fijnmazig netwerk van wegen uit te bouwen, was een wijziging van de bestaande regelgeving nodig. De verouderde wet van 10 april 1841 op de buurtwegen werd opgeheven. Een nieuwe regeling is vervat in het Decreet gemeentewegen (decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen). Dat is van kracht vanaf 1 september 2019.

Er zijn een aantal essentiële én ingrijpende wijzigingen aangebracht. Vijf aanpassingen springen daarbij in het oog:

  1. Het onderscheid tussen gewone gemeentelijke wegen en buurtwegen verdwijnt. Er is voortaan één juridisch statuut voor alle wegen in beheer van de gemeente.
  2. De provincies verliezen hun beslissingsbevoegdheid over buurtwegen en de gemeenteraad zal voortaan exclusief beslissen over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen.
  3. Vroeger was er sprake van een verjaringstermijn van 30 jaar voor buurt- en voetwegen. Voortaan kan niet-gebruik niet meer leiden tot verjaring. Enkel een beslissing van de gemeenteraad kan een gemeenteweg nog afschaffen.
  4. Er zijn meer bevoegdheden voor de gemeenten betreffende de toegang, het gebruik en het beheer van de gemeentewegen, alsook met betrekking tot de aanleg, wijziging, verplaatsing en opheffing van gemeentewegen. De maatregelen in kwestie zijn uiteraard onderworpen aan het bestuurlijk toezicht.
  5. Tegen de opheffing van een gemeenteweg, of betreffende een gemeentelijk rooilijnplan, kan in beroep gegaan worden bij de Vlaamse Regering.

Het nieuwe decreet zorgt voor een modernere en beter geïntegreerde uitoefening van de bevoegdheden, onder meer door de uniforme regelgeving voor alle gemeentewegen.

→ Heeft deze nieuwe wetgeving gevolgen voor u? Vraag Surmont Advocaten om advies.