milieustakingsvordering vergistingsinstallatie

Milieustakingsvordering ingesteld door omwonenden succesvol afgewezen

Mr. Jan Surmont verdedigde met succes een bedrijf dat een vergistingsinstallatie uitbaat, in het kader van een milieustakingsvordering ingesteld door omwonenden namens de gemeente op grond van artikel 194 Gemeentedecreet.

De milieustakingsvordering werd ingesteld omwille van beweerde geur-, geluids- en andere hinder. Er werd een exploitatieverbod gevorderd.

Eén van de voorwaarden om op ontvankelijke wijze een milieustakingsvordering namens de gemeente te kunnen instellen is dat de gemeente in gebreke blijft om in rechte op te treden.

De gemeente werd voorafgaand aan de procedure in gebreke gesteld door de omwonenden.

De gemeente antwoordde dat zij enerzijds het herstelbesluit van de deputatie (na vernietiging van de vergunning door de Raad voor Vergunningsbetwistingen) en anderzijds het handhavingstraject van de milieu-inspectie afwacht.

Het Hof van Beroep te Gent oordeelde in zijn arrest van 6 maart 2020 als volgt:

“In deze omstandigheden kon van de gemeente niet worden verwacht dat zij een stakingsvordering of andere maatregel nam ten aanzien van (het kwestieuze bedrijf van) appellanten, zonder de uitkomst van minstens een van de (twee) hangende administratieve procedures inzake de verleende vergunningen, of minstens het resultaat van de bemoeienissen van de Omgevingsinspectie af te wachten; dit terwijl er (uit de gegevens waarvan het hof vermag kennis te nemen) ook niet naar voor komt dat er op dat ogenblik dermate grote milieuhinder heerste dat een onmiddellijk ingrijpen zonder voormeld afwachten zich opdrong.”

Bovendien, aldus het Hof, waren er nadien en tot op datum van het arrest ook geen gegevens op basis waarvan tot de conclusie zou moeten gekomen worden dat de gemeente nalatig zou zijn gebleven.

Dit arrest moet worden toegejuicht.

Een milieustakingsvordering wordt door omwonenden vaak al te gemakkelijk ingesteld.

De gemeente kan niet gehouden zijn om onmiddellijk in rechte actie te ondernemen op een ogenblik dat nog niet definitief beslist is omtrent reeds in het verleden verleende vergunningen en er geen sprake is van ernstige hinder. Dit gaat des te meer op in een situatie waarin het bedrijf op de voet wordt opgevolgd door de milieu-inspectie die het best geplaatst is om te oordelen of er al dan niet sprake is van ernstige hinder die eventueel het opleggen van bestuurlijke maatregelen zou vergen.

Het kan in dergelijke omstandigheden dan ook niet verantwoord worden dat omwonenden dit wel zouden kunnen in plaats van de gemeente.

Indien omwonenden menen dat zij ernstige hinder zouden ondervinden kunnen zij hun toevlucht nemen tot een kort geding procedure. Maar daar knelt meestal het schoentje. Omwonenden kunnen vaak niet (afdoende) persoonlijke belangen aantonen en misbruiken dan maar de stakingsprocedure om reden dat persoonlijke belangen daar niet spelen.

→ Verneemt u hierover graag meer? Contacteer Surmont Advocaten.