bouwtoelating en gemeentelijke initiatieven

Over gemeentelijke initiatieven inzake het beleid rond ruimtelijke ordening

Meer en meer gemeenten nemen tegenwoordig initiatieven om het beleid inzake ruimtelijke ordening op lokaal niveau (bij) te sturen.

We zien een wildgroei van allerlei documenten, nota’s en besluiten waarbij men probeert een toetsingskader te scheppen voor vergunningsaanvragen.

Deze worden dan aangegrepen in het kader van de beoordeling van vergunningsaanvragen als zogenaamde beleidsmatig gewenste ruimtelijke ontwikkelingen.

Dit kan echter niet zomaar

Uit de vaste rechtspraak van de Raad voor Vergunningsbetwistingen volgt dat beleidsmatig gewenste ontwikkelingen niet het karakter hebben, noch de doorwerking van stedenbouwkundige voorschriften uit verordenende instrumenten (Rvvb, 16 april 2019, A/1819/0879) en zij om eventueel dienstig te zijn, een vorm van politieke validatie moeten hebben gehad, voorafgaand bekend moeten zijn gemaakt aan de bevolking en raadpleegbaar (Rvvb, 27 augustus 2013, A/2013/0511) en voldoende rechtszekerheid moeten bieden om een concreet beoordelingskader te kunnen vormen als onderdeel van de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening (Rvvb, 6 mei 2014, A/2014/0328).

De praktijk leert dat de door plaatselijke overheden genomen initiatieven vaak niet beantwoorden aan deze voorwaarden, terwijl vergunningen toch op die basis worden geweigerd.

Erger nog is dat meer en meer gemeenten via een beslissing van de gemeenteraad een (tijdelijke) bouwstop invoeren.

Daarvoor bestaat evenwel geen wettelijke grondslag. Gemeenten kunnen niet op algemene wijze een bouwstop afkondigen, waarbij de indiening van individuele vergunningsaanvragen op voorhand onmogelijk wordt gemaakt. Daarmee overschrijdt een gemeenteraad haar bevoegdheden.

De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening voorziet daartoe geen mogelijkheden. Men kan zich overigens ook de vraag stellen of een dergelijk bouwverbod geen afbreuk doet aan het eigendomsrecht zoals dit gegarandeerd wordt in het eerste aanvullend protocol bij het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens.

Indien een gemeente een beleid inzake ruimtelijke ordening wil vastleggen in een afdwingbaar kader, dient zij gebruik te maken van de geëigende instrumenten zoals deze voorzien zijn in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. Zo kan zij bijvoorbeeld wel een ruimtelijk structuurplan opmaken.

Recent – in augustus 2020 – werd nog een besluit van de gemeenteraad van de gemeente Sint-Pieters-Leeuw geschorst door de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant:

“Het invoeren van een bouwstop voor de volgende vijf jaar kan door een gemeentebestuur zeker als beleidsvisie naar voor worden geschoven, maar in de mate dat een eenvoudige beleidsbeslissing ook rechtsgevolgen beoogt voor specifieke aanvragen, strijdt die beslissing met de wet. Een beleidsvisie moet worden omgezet in de geëigende instrumenten van de VCRO.”

→ Wenst u hierover meer te vernemen? Contacteer Surmont Advocaten.