mogelijkheden cassatieberoep

Ook bij de betekening van een jurisdictionele beslissing moeten de mogelijkheid en modaliteiten vermeld worden van een cassatieberoep bij de Raad van State

De Raad van State had aan het Grondwettelijk Hof een prejudiciële vraag gesteld over de grondwettigheid van artikel 19, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, in zoverre die bepaling niet uitdrukkelijk erin voorziet dat bij de betekening van een administratieve jurisdictionele beslissing het bestaan, de vormvoorschriften en de termijnen van de administratieve cassatieberoepen moeten worden vermeld, terwijl zulk een verplichting wel geldt voor een administratieve akte of beslissing.

Het Grondwettelijk Hof oordeelde bij arrest 107/2020 van 16 juli 2020 dat de vermelding van de mogelijke rechtsmiddelen bij de betekening van een jurisdictionele beslissing een essentieel element is van het algemeen beginsel van behoorlijke rechtsbedeling en van het recht op toegang tot een rechter, dat voortvloeit uit artikel 13 van de Grondwet.

Aangezien de verwachtingen met betrekking tot het recht op een eerlijk proces en het informeren van de rechtzoekende dat inherent is aan het recht op toegang tot een rechter, even reëel en legitiem zijn bij de bestemmelingen van een beslissing van een administratief rechtscollege als bij deze van een individuele administratieve akte, doet het ontbreken van de voormelde verplichting zonder redelijke verantwoording afbreuk aan dat beginsel, aldus het Hof.

De wetgeving ter zake zal zo moeten worden aangepast.

Het gevolg van deze uitspraak is dat de termijn van 30 dagen om een cassatieberoep in te stellen tegen bijvoorbeeld een arrest van de Raad voor Vergunningsbetwistingen in principe slechts zal beginnen lopen in de mate waarin bij de mededeling van het arrest wordt gewezen op de mogelijkheid van een cassatieberoep, de vormvoorschriften daarvan en de termijnen.

→ Wenst u meer te vernemen over cassatieberoepen bij de Raad van State? Contacteer Surmont Advocaten.