planschade

Grondwettelijk Hof ziet geen graten in het feit dat ook voor gronden gelegen in woonuitbreidingsgebieden enkel de eerste 50 meter vanaf de rooilijn in aanmerking komt voor planschade

Artikel 2.6.1, §3, 4° VCRO voorziet het volgende:

in gebieden die ressorteren onder de gebiedsbestemming «woongebied», vermeld in artikel 5 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen, of die ressorteren onder de categorie van gebiedsaanduiding «wonen», vermeld in artikel 2.2.6, § 2, tweede lid, 1°, komt enkel de eerste 50 meter vanaf de rooilijn in aanmerking voor planschade.

Er kan aldus geen aanspraak gemaakt worden op planschade voor gronden gelegen in woongebied voorbij vijftig meter vanaf de rooilijn.

Het Grondwettelijk Hof diende zich uit te spreken omtrent een prejudiciële vraag gesteld door de rechtbank van eerste aanleg te Limburg, afdeling Tongeren, te weten of deze bepaling voor wat betreft woonuitbreidingsgebieden de artikelen 10, 11 en 16 van de Grondwet, in samenhang met artikel 1 van het Eerste Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag voor de rechten van de mens schendt.

In een recent arrest van 17 februari 2022 heeft het Grondwettelijk Hof deze vraag ontkennend beantwoord.

Het Hof oordeelt dat de decreetgever, vermits in woonuitbreidingsgebieden het accent op het wonen ligt, mocht oordelen dat de gronden in die gebieden, net zoals gronden in de effectieve woongebieden, niet het voorwerp dienen uit te maken van een vergoeding voorbij vijftig meter vanaf de rooilijn.

Het feit dat woonuitbreidingsgebieden uitsluitend bestemd zijn voor groepswoningbouw zolang de bevoegde overheid niet over de ordening van het gebied heeft beslist, kan niet tot een ander besluit leiden, aldus het Hof.

→ Heeft u vragen omtrent planschade? Aarzel niet om Surmont Advocaten te contacteren.