geurhinder kippenkwekerij

Raad voor Vergunningsbetwistingen bevestigt strikte toepassing van het geurkader

In een recent arrest van 31 maart 2022 (Arrest RvVb-A-2122-0614) bevestigt de Raad voor Vergunningsbetwistingen een strenge toepassing van het geurkader voor landbouwbedrijven. Hoewel dit arrest nog betrekking heeft op het oude geurkader van 2014 (dat inmiddels sinds juni 2021 vervangen werd door een nieuw geurkader), is dit arrest evenwel ook relevant voor wat betreft dossiers die op basis van dit nieuwe geurkader beoordeeld worden.

De Raad bevestigt op twee punten de strikte interpretatie van het geurkader die in graad van beroep tot de weigering van de vergunning geleid had.

Zo werd het argument dat de beperkte overschrijding van de norm (in casu 3,90 OUe/m³ in plaats de vooropgestelde 3 OUe/m³ in hoog geurgevoelig gebied) mogelijks te wijten was aan het gegeven dat geuremissies van de veeteeltbedrijven berekend worden op cijfers die mogelijks een overschatting vormen van de realiteit en het gegeven dat in deze berekeningen de effecten van sommige milderende maatregelen niet (kunnen) worden meegenomen, waardoor aldus de berekende waardes in realiteit mogelijks lager (en dus onder de norm) liggen, door de Raad niet gevolgd.

Elke toename in de geurhinder, hoe beperkt ook, zal aldus steeds aanleiding geven tot onaanvaardbare geurhinder. Dit zelfs indien de normen in de bestaande situatie slechts zeer licht overschreden worden en de toename in de nieuw vergunde situatie zeer beperkt en te verwaarlozen is. In dossiers waarin op basis van het nieuwe geurkader de norm (licht) overschreden wordt, lijkt dit argument aldus alvast geen soelaas te kunnen bieden.

Ten tweede bevestigt de Raad dat het eveneens toegelaten is om gegevens in aanmerking te nemen uit externe studies alwaar uit zou blijken dat de cumulatieve geurhinder in werkelijkheid hoger zou liggen dan hetgeen berekend werd in de specifiek bij de vergunningsaanvraag toegevoegde geurstudie.

In casu ging het om een voorlopige versie van een studie opgemaakt door het VITO in verband met de modellering van de luchtkwaliteit voor Stad Hoogstraten en Wuustwezel alwaar uit zou blijken dat de bestaande geurhinder in het voorziene projectgebied in 2017 reeds het dubbele van de vooropgestelde norm zou bedragen. Het gegeven dat in graad van administratief beroep deze studie mee betrokken werd bij de beoordeling van de cumulatieve geurtoets en vervolgens op basis hiervan onder meer de vergunning geweigerd werd, ondanks de eensluidend positieve adviezen omtrent de vergunningsaanvraag op het vlak van geur, wordt door de Raad dan niet als kennelijk onredelijk of onzorgvuldig aangemerkt.

Vooral dit laatste element is van belang, niet alleen voor vergunningsaanvragen in de gemeenten Hoogstraten en Wuustwezel, maar eveneens voor vergunningsaanvragen in andere gemeenten. Het aangehaalde arrest benadrukt immers het belang van een goed uitgewerkte geurstudie waarin er reeds rekening gehouden wordt met elementen die mogelijks gebruikt zouden kunnen worden om de conclusies uit de geurstudie in twijfel te trekken.

→ Heeft u vragen naar aanleiding van dit arrest of over de toepassing van het geurkader in uw dossier? Contacteer Surmont Advocaten.