Na vernietiging door de minister van de beslissing van de gemeenteraad over de aanleg der wegen blijft de aanvrager de facto in de kou staan

Indien een omgevingsvergunningsaanvraag ook de aanleg van wegen omvat, dient er op dat vlak een voorafgaandelijke beslissing te zijn van de gemeenteraad.

Tegen een negatieve beslissing van de gemeenteraad staat een beroep tot nietigverklaring open bij de minister.

Maar wat indien de minister de beslissing van de gemeenteraad vernietigt?

Artikel 66, §6 Omgevingsvergunningsdecreet voorziet dat de omgevingsvergunning moet worden geweigerd indien de beslissing van de gemeenteraad wordt vernietigd.

De deputatie van de provincie Antwerpen past deze bepaling onverkort toe in de mate er geen nieuwe (positieve) beslissing van de gemeenteraad voorligt op het ogenblik dat uitspraak moet worden gedaan na vernietiging door de minister en zonder dat de gemeenteraad verzocht werd om een nieuwe beslissing te nemen.

Daarmee is de vergunningsaanvrager terug naar af, terwijl de negatieve beslissing van de gemeenteraad precies is vernietigd.

De toepassing van artikel 66, §6 Omgevingsvergunningsdecreet in een dergelijke situatie kan evenwel niet worden gevolgd.

Door de vernietiging van de gemeenteraadsbeslissing omtrent de wegenis, dient er ingevolge het verdwijnen van deze beslissing uit het rechtsverkeer een nieuwe beslissing te worden genomen door de gemeenteraad.

Zulks is ook in lijn met hetgeen gesteld wordt in de Memorie van Toelichting bij het Gemeentewegendecreet en wordt eveneens bevestigd in de rechtsleer:

Punt 2° expliciteert dat de beslissingstermijn in graad van beroep van rechtswege opgeschort is zolang de Vlaamse Regering geen beslissing heeft genomen over het annulatieverzoek tegen de gemeenteraadsbeslissing betreffende de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg. Bij annulatie door de Vlaamse Regering kan de gemeenteraad een nieuw besluit nemen alvorens de beroepsinstantie binnen de omgevingsvergunningsprocedure beslist. Daarbij moet dan rekening worden gehouden met de dragende motieven van de regeringsbeslissing.

(Mvt. bij het voorstel van decreet houdende de gemeentewegen, Parl.St. Vl.Parl. 2018-19, nr. 1847/1; zie ook: P.-J. DEFOORT, “Nieuwe procedure en beroepsmogelijkheden voor de zaak van de wegen bij een vergunningsaanvraag bekeken in het licht van het gemeentewegendecreet en artikel 6 EVRM”, TROS 2019, afl. 94, p. 142, randnummer 33)

Alsdan moet toepassing worden gemaakt van artikel 65 Omgevingsvergunningsdecreet:

Als de aanvraag de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg omvat en de bevoegde overheid vaststelt dat de gemeenteraad daarover geen beslissing heeft genomen, roept de gouverneur op verzoek van de deputatie, de Vlaamse Regering of de gewestelijke omgevingsambtenaar, de gemeenteraad samen om te beslissen over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg.

Dit is de logica zelve: indien een beslissing omtrent de wegenis vernietigd wordt (zij het een positieve beslissing, zij het een negatieve beslissing), dan is deze beslissing immers uit het rechtsverkeer verdwenen en dient aan de gemeenteraad de mogelijkheid geboden te worden om een nieuwe beslissing te nemen, waarbij de onwettig bevonden motieven buiten beschouwing worden gelaten.

Het is immers aan de gemeente zelf, en niet aan de deputatie, om te oordelen of op basis van de vernietiging van de minister er opnieuw dan wel alsnog tot een positief gemeenteraadsbesluit gekomen kan worden. Een kale vergunningsweigering zonder aan de gemeenteraad de kans te bieden zich opnieuw uit te spreken omtrent de wegenis, zou immers inhouden dat de deputatie de gemeente de mogelijkheid ontneemt om zich in het kader van een omgevingsvergunningsaanvraag uit te spreken over de wegenis, hetgeen de gemeentelijke autonomie omtrent de wegenis als één van de leidende principes uit het Gemeentewegendecreet zou schenden. Eveneens zou dit ervoor zorgen dat de administratieve beroepsmogelijkheid bij de minister als één van de grote innovaties van het Gemeentewegendecreet, en dit zeker in het geval van een beroep tegen een weigering, volledig zinledig wordt gemaakt, hetgeen evident niet de bedoeling van de decreetgever geweest kan zijn.

Dit is dan ook de reden waarom er in artikel 65 Omgevingsvergunningsdecreet voorzien wordt in de verplichting om de gemeenteraad (opnieuw) samen te roepen. Dit in combinatie met de in artikel 66, § 2, eerste lid, 3° Omgevingsvergunningsdecreet voorziene termijnverlenging van 60 dagen teneinde de gemeenteraad toe te laten een nieuwe beslissing te nemen:

§ 2. Met behoud van de toepassing van paragraaf 2/1 wordt de beslissingstermijn van rechtswege eenmalig met zestig dagen verlengd in de volgende gevallen:
1° als met toepassing van artikel 64, derde lid, een openbaar onderzoek georganiseerd wordt;
2° als toepassing wordt gemaakt van de administratieve lus, vermeld in artikel 13;
3° als de vergunningsaanvraag de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg omvat waarover de gemeenteraad beslissingsbevoegdheid heeft en de gemeenteraad in de loop van de beroepsprocedure samengeroepen wordt met toepassing van artikel 65.

(Artikel 66, §2, eerste lid Omgevingsvergunningsdecreet, eigen accentuering)

Het opnieuw samenroepen van de gemeenteraad met het oog op het nemen van een beslissing omtrent de wegenis is een verplichting. Artikel 65 Omgevingsvergunningsdecreet stelt immers dat de gouverneur de gemeenteraad samenroept en niet dat hij deze kan samenroepen.

Eén en ander is dus geen vrijblijvend gegeven maar een decretale verplichting:

Na de vernietiging van een negatieve gemeenteraadsbeslissing is de vergunningverlenende beroepsinstantie m.i. verplicht de gemeenteraad opnieuw te laten samenroepen via de gouverneur. Een vernietiging betekent dat de gemeenteraadsbeslissing wordt geacht nooit te hebben bestaan en dat de beroepsinstantie in de vergunningprocedure bijgevolg moet handelen alsof de gemeenteraad in eerste aanleg geen beslissing heeft genomen. Dit betekent dat de deputatie, de Vlaamse Regering of de gewestelijke omgevingsambtenaar via de gouverneur de gemeenteraad moet laten samenroepen krachtens artikel 65 OVD. Nu de beslissingstermijn over het beroep tegen de vergunningsbeslissing wordt opgeschort gedurende de behandeling van het beroep tegen de gemeenteraadsbeslissing, en nu de beslissingstermijn van rechtswege met zestig dagen wordt verlengd als de gemeenteraad in de loop van de beroepsprocedure wordt samengeroepen, is hiervoor voldoende tijd.

(P.-J. DEFOORT, “Nieuwe procedure en beroepsmogelijkheden voor de zaak van de wegen bij een vergunningsaanvraag bekeken in het licht van het gemeentewegendecreet en artikel 6 EVRM”, TROS 2019, afl. 94, p. 142-143, randnummer 33, eigen accentuering)

Aldus kan artikel 66, §6, tweede lid Omgevingsvergunningsdecreet, enkel spelen als de gemeenteraad, na vernietiging van haar eerdere beslissing en na hiertoe uitgenodigd te zijn door de deputatie – onder voorbehoud van haar gemeentelijke aansprakelijkheid – niet tijdig een nieuwe beslissing neemt. Enige andere interpretatie zou het administratieve wegenisberoep bij de minister, en dit zeker in geval van vernietiging van een weigering, immers volledig zinledig maken.

Het weigeren van de vergunning op grond van artikel 66 Omgevingsvergunningsdecreet bij ontstentenis van een (nieuwe) beslissing van de gemeenteraad zonder de gemeenteraad bijeen te roepen maakt een schending uit van artikel 65 Omgevingsvergunningsdecreet en herleidt de rechtsbescherming voor de aanvrager, zeker in het geval de eerdere beslissing omtrent de wegenis werd vernietigd, tot nul.

Zoals gezegd kan het ook niet dat de gemeenteraad na vernietiging door de minister geen nieuwe beslissing neemt. Dit is haar plicht en daarvoor moet de gemeenteraad uiteraard ook niet wachten totdat zij desgevallend door de gouverneur verzocht wordt om een nieuwe beslissing te nemen.

De in het Omgevingsvergunningsdecreet voorziene sanctie van 5.000 euro ingeval de gemeenteraad nalaat een beslissing te nemen is een doekje voor het bloeden.

Minstens dringt zich een decretale verduidelijking op. Dit kan éénvoudigweg door in artikel 66, §6 Omgevingsvergunningsdecreet uitdrukkelijk te voorzien dat de omgevingsvergunningsaanvraag na vernietiging door de minister slechts kan geweigerd worden in de mate waarin eerst de gemeenteraad verzocht werd een nieuwe beslissing te nemen en er opvolgend geen positieve beslissing over de aanleg der wegen voorligt.

De vraag is trouwens of het niet aangewezen zou zijn om de beslissing over de aanleg der wegen en de beslissing omtrent de omgevingsvergunningsaanvraag zelf te laten nemen door één en dezelfde overheid.

→ Wenst u over dit alles meer te vernemen? Aarzel niet om Surmont Advocaten te contacteren.