stilzwijgende weigeringsbeslissing

Stilzwijgende weigeringsbeslissingen in graad van administratief beroep zijn niet langer stilzwijgend

Artikel 66, §3 van het Omgevingsvergunningsdecreet voorziet dat indien geen beslissing in administratief beroep is genomen binnen de vastgestelde (of in voorkomend geval verlengde termijn), het administratief beroep geacht wordt te zijn afgewezen.

Het betreft de zogenaamde ‘stilzwijgende weigering’.

Tegen een dergelijke stilzwijgende weigering kan een beroep worden ingesteld bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen.

Op grond van een vaststaande rechtspraak van de Raad voor Vergunningsbetwistingen werd een dergelijke stilzwijgende weigeringsbeslissing steevast vernietigd omwille van het feit dat er geen motivering was.

In een recent arrest van 5 mei 2022 heeft de Raad van State, als cassatierechter, geoordeeld dat de deputatie in graad van beroep door de stilzwijgende afwijzing van het administratief beroep de motieven voor de uitdrukkelijke vergunningsverlening in eerste administratieve aanleg tot de hare heeft gemaakt.

Dit maakt – aldus de Raad van State – dat het beroep bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen tegen de stilzwijgende afwijzing van het administratief middelen moet uiteenzetten tegen de motieven voor de uitdrukkelijke vergunningsverlening in eerste aanleg.

De Raad van State leidt dit onder meer af uit het feit dat artikel 66, §3 Omgevingsvergunningsdecreet voorziet dat in geval van afwezigheid of tijdige beslissing in administratief beroep, de in eerste aanleg genomen beslissing als definitief wordt aanzien.

Daardoor komt de beslissing genomen in eerste aanleg als het ware terug tot leven.

Het zal dus voortaan zaak zijn om de voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen aangevoerde middelen te richten op de beslissing genomen in eerste aanleg en de daarin opgenomen motivering.

De vraag is hoe daarmee in de praktijk moet worden omgegaan. Wat bijvoorbeeld met argumenten die (voor het eerst) zijn opgenomen in het kader van het ingestelde administratief beroep? Kunnen ook nog die middelen worden aangevoerd die betrekking hebben op aspecten die in graad van administratief beroep werden aangevoerd? De beslissing genomen in eerste aanleg kan uiteraard geen rekening hebben gehouden met motieven en/of stukken die voor het eerst in graad van beroep zijn aangevoerd. Wordt de partij die beroep instelt dan het slachtoffer van het feit dat de wettigheidskritiek moet worden aangevoerd ten aanzien van de beslissing in eerste aanleg?

→ Wenst u hier meer over te vernemen? Aarzel niet om Surmont Advocaten te contacteren.