etikettering voedingsmiddelen

Wijzigingen inzake taalgebruik in etikettering voedingsmiddelen (en andere producten)

In welke talen de dwingend voorgeschreven gegevens betreffende voedingsmiddelen moeten vermeld worden, is geregeld in artikel 8 van de Wet van 24 januari 1977 betreffende de bescherming van de gezondheid van de gebruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere producten.

Met een recente wet van 12 juli 2022 (B.S. 22 september 2022) werden twee wijzigingen doorgevoerd in artikel 8.

Vooreerst is niet langer sprake van ‘etiket’ maar van ‘etikettering’. Op basis van de definitie van “etikettering” uit verordening (EU) n° 1169/2011 van het Europees Parlement en de Raad gaat het om de vermeldingen, aanwijzingen, fabrieks- of handelsmerken, afbeeldingen of tekens die betrekking hebben op een levensmiddel en voorkomen op een verpakkingsmiddel, document, schriftstuk, etiket, band of label dat bij dit levensmiddel is gevoegd of daarop betrekking heeft. Het toepassingsgebied is aldus een heel stuk ruimer dan voorheen.

Een tweede wijziging betreft het feit dat het thans niet enkel meer gaat om de gegevens die dwingend zijn voorgeschreven in uitvoering van de Wet van 24 januari 1977, maar tevens om die gegevens die dwingend moeten vermeld worden op basis van Europese verordeningen, besluiten of beschikkingen.

De gegevens moeten minstens gesteld worden in de taal of de talen van het taalgebied waar de producten op de markt worden aangeboden.

Er is geen definitie van ‘op de markt aanbieden’. Gaat het dan om het taalgebied waar het voedingsmiddel voor het eerst in de keten wordt aangeboden (bijv. van fabrikant naar groothandelaar) of om het taalgebied waarin het voedingsmiddel aan de consument wordt aangeboden?

Vermits de desbetreffende wetgeving als doel de bescherming van de consument beoogt en artikel 15 van voormelde verordening de taal die gemakkelijk te begrijpen is voor de consumenten van de lidstaten waar het levensmiddel in kwestie in de handel wordt gebracht vooropstelt, lijkt het eerder te gaan om de laatste hypothese.

De wijzigingen zijn in werking getreden op 22 september 2022.

Overtredingen van artikel 8 van de Wet van 24 januari 1977 kunnen aanleiding geven tot een gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en/of een geldboete van vijftig euro tot drieduizend euro (te vermenigvuldigen met de opdeciemen).

→ Wenst u hier meer over te vernemen? Aarzel niet om Surmont Advocaten te contacteren.